Donderdag 17 januari heeft de Diemense gemeenteraad gesproken over de biomassacentrale die Nuon wil bouwen naast de twee gasgestookte centrales die Nuon op haar terrein in Diemen al heeft staan. Lees hier ons betoog over dit onderwerp.

Opmerking vooraf: de vragen die in deze spreektekst gesteld worden door raadslid Hilda van 't Riet aan wethouder duurzaamheid Jorrit Nuijens, zijn tijdens de vergadering op 17 januari mondeling beantwoord. De antwoorden zijn t.z.t. terug te lezen in het verslag van deze informatieve raadsvergadering, dat gepubliceerd zal worden op diemen.nl.

Voordat ik inga op de voorliggende vraag met betrekking tot een ontwerp vvgb voor het bouwen van een biomassacentrale in Diemen, wil ik (A) eerst even kort ingaan op hoe wij, als GroenLinks Diemen op dit moment aankijken tegen biomassa, (B) vervolgens zal ik ingaan op de aanvraag voor de biomassacentrale en meer specifiek op 6 onderdelen die ons zorgen baren of onduidelijk zijn, (C) daarna heb een paar conclusies en (D) tot slot zal ik ingaan op de gevraagde beslissingen in de raadsvoordracht.

A. Biomassa, hoe zien wij dat:

CO2 uitstoot: dit is in de basis neutraal omdat deze ook ontstaat als de betreffende bomen of planten doodgaan

  • Biomassa is van zichzelf in principe CO2 neutraal, en het maken van de goede keuzes mbt verwerking en transport, kan dit zo goed mogelijk over de hele keten bereikt worden. Of het daadwerkelijk CO2 neutraal is, is mede afhankelijk van de gebruikte biomassa en het moment dat deze geoogst wordt: als het volgroeide bomen of planten zijn is de CO2 opname groot, maar als ze nog in de groei zijn is dit minder duurzaam omdat verdere CO2 opname mogelijk is

  • Het verkrijgen van biomassa kan vervolgens op duurzame en minder duurzame en minder eerlijke wijze. Als de gebruikte biomassa ten koste gaat van natuur, van voedselgewassen, bijvoorbeeld omdat de vraag naar biomassa steeds groter wordt, dan heeft dit uiteindelijk negatieve consequenties en is het bepaald geen ideale brandstof.

  • Verstoken van biomassa gaat uiteraard vele malen sneller gaat dan het weer opnieuw aangroeien van de bomen of planten. Zolang de totale aangroei minstens zo groot is als de totale verbranding is biomassa CO2 neutraal. Gegeven onze energieconsumptie betekent dit dat hooguit een klein deel van onze energievoorziening duurzame en hernieuwbare biomassa kan zijn.

B. Aanvraag voor een biomassacentrale

Nu wil ik graag aangeven hoe wij aankijken tegen deze specifieke aanvraag voor een biomassacentrale in Diemen. Nu zal ik ingaan op 6 onderdelen die voor ons onvoldoende duidelijk zijn en ons zorgen baren, ten eerste de uitstoot van fijnstof, ten tweede het type biomassa, ten derde de herkomst of duurzaamheid van de gebruikte biomassa, ten vierde de risico’s van de installatie, als vijfde de mate van vervanging van het gebruik van gas en als zesde de tijdelijkheid.

1. De uitstoot van fijnstof

De uitstoot van fijnstof is een van onze grootste zorgen in relatie tot het bouwen van een biomassacentrale in Diemen. Wij begrijpen dat Diemen moet bijdragen aan de energievraag van de regio en dat we dat via de gascentrales ook al jaren doen. Echter, Diemen heeft door haar ligging tussen vele snelwegen al last van hoge concentraties fijnstof. Een centrale zoals deze zal dit verergeren, ondanks het gebruik van de ‘best beschikbare technieken’, aangezien de uitstoot van fijnstof door biomassa hoger is dan die van gas: Dus leidt deze biomassacentrale tot meer fijnstof dan nu al het geval is. Daar hebben we niet alleen in Diemen last van, ook burgers in bijvoorbeeld IJburg en Muiden ademen de fijnstof van de centrale in. Bovendien komt de stikstof ook terecht in natuurgebieden buiten de grenzen van Diemen, zoals het Naardermeer, waar dit tot zeer ongewenste extra verzuring zal leiden.

2. Het type biomassa

Zowel in de stukken als in de gesprekken wordt continue gesproken over houtpellets als biomassa. Hoewel in de stukken dus niet staat dat er andere biomassa gaat worden gebruikt, wordt dit ook nergens uitgesloten. Houtpellets zijn een relatief homogene vorm van biomassa, veel andere vormen zijn veel meer gevarieerd in de vorm waarin ze gebruikt worden. Aangezien alle onderzoeken bij deze aanvraag, zoals naar fijnstof en stikstofoxide, alleen op basis van houtpellets zijn uitgevoerd, betwijfelen wij of deze onderzoeken wel voldoende zijn voor de gegeven conclusies dat aan allerlei normen wordt voldaan, zolang niet wordt gegarandeerd dat andere typen biomassa niet gebruikt worden. Wij willen dan ook garanties van Nuon en de provincie dat er geen minder duurzame of meer schadelijke biomassa dan houtpellets zal worden gebruikt en als dat wel wordt overwogen, dat hier dan vantevoren een nieuwe omgevingsvergunning voor wordt aangevraagd.

Kan de wethouder ons misschien vertellen of er duidelijkheid is over welke biomassa wel of niet gestookt zal gaan worden in de geplande centrale?

3. De herkomst en duurzaamheid van de biomassa

Wat betreft de herkomst van de biomassa wordt in de stukken van de aanvraag aangegeven dat het gaat om houtpellets die komen uit de bossen in de Baltische staten of Noord-Amerika en dat ze zullen voldoen aan de daarvoor geldende eisen. De huidige Nederlandse duurzaamheidseisen, zoals die ook gelden voor de beoogde subsidie, zijn een systeem van het bij elkaar sprokkelen van allerlei verschillende certificaten in een of ander puntenstelsel dat nauwelijks controleerbaar is. Daarom hebben wij twee punten die wij graag explicieter vastgelegd willen hebben:

  • Het is volgens ons aan Nuon om aan te tonen dat zij zich ook daadwerkelijk aan de uiteindelijke eisen en afspraken zullen houden. Wij zouden graag weten hoe Nuon dit gaat monitoren en rapporteren.

  • Gezien alle intenties van Nuon, gaan wij ervan uit dat Nuon bereid is zich minstens te committeren aan de eisen voor biomassa zoals deze in het energieakkoord 2013 zijn afgesproken voor biomassa die wordt bijgestookt in kolencentrales. Het gaat daarbij om normen die verder gaan dan de wet vereist, afgesproken door energieleveranciers. Gezien de groene ambities waar Nuon steeds op wijst, verwachten wij van Nuon dat zij nog een stapje verder gaat: dat zij met eigen en onafhankelijke ogen de duurzaamheid van hun eigen pellets ter plekke gaat beoordelen en daarover jaarlijks rapporteert.

Wij denken dat dit uitstekend kan worden afgesproken in het convenant waar Nuon, de provincie en de gemeentes al over in gesprek zijn.

4. De risico’s van de installatie

Een van de onderwerpen die, naar de mening van GroenLinks, erg onderbelicht blijft, is welke risico’s dit type biomassacentrale eigenlijk oplevert. Er wordt gesproken over een stofwolkoven: hoe gaat worden voorkomen dat er stofwolken vrijkomen? Want als dit gebeurt, komt er een wolk met ongefilterde fijnstof en stikstof in de lucht en afhankelijk van de wind kunnen veel mensen in Diemen, Amsterdam of zelfs Almere daar dus veel last van ondervinden.

Heeft de wethouder zicht op dit soort risico’s van een biomassacentrale en wordt dat meegewogen of in elk geval gedeeld met de provincie?

Wat de provincie en dit soort risico’s betreft hebben wij trouwens ook nog wel onze zorgen. Uit de situatie met de grafietneerslag in Wijk aan Zee, wat de laatste tijd geregeld in het nieuws is maar feitelijk al lange tijd speelt, blijkt dat de handhaving van de gezondheid van de inwoners van Noord-Holland momenteel niet in de beste handen zijn. Dus wat dat betreft komende de verkiezingen voor provinciale staten op goed moment.

5. De mate van vervanging van het gebruik van gas

Het is de bedoeling om de biomassacentrale te bouwen naast de huidige 2 gascentrales, die momenteel de warmtenetten van warmte voorzien. In het gesprek van onze fractie met Nuon werd benoemd dat de warmte van de biomassa een deel van de warmte van de gasgestookte centrales zal vervangen. Echter, wij hebben dit in de stukken niet terug gevonden en al zeker niet

  • hoeveel minder gas er gestookt zal worden
  • en of dit blijvend is,
  • of voor welke periode dit gegarandeerd wordt.

Zeker bij uitbreiding van het warmtenet, is onze zorg dat straks alle drie de centrales simpelweg op volle toeren zullen draaien.

Kan de wethouder ons misschien vertellen of het inderdaad mogelijk is dat dit het geval kan zijn?

En naar aanleiding van de opmerkingen van de laatste inspreker: weet de wethouder waarom met de biomassa niet ook elektriciteit zal worden opgewekt?

6. De tijdelijkheid en transitie

Nuon geeft in gesprekken aan dat het de bedoeling is dat de biomassacentrale tijdelijk is en dat ook de subsidie die hiervoor aangevraagd zal worden voor zo’n 12 jaar zal zijn. Echter, de aanvraag voor de milieuvergunning is voor onbepaalde tijd. Het lijkt ons bonvendien onwaarschijnlijk dat een centrale die al gebouwd is en werkt, na afloop van de subsidie meteen weer buiten gebruik zal worden gesteld. En als er in die periode een mogelijkheid is voor een volgende subsidie zal deze ongetwijfeld ook gewoon benut worden. Wij vinden het daarom belangrijk om afspraken te maken wat er gaat gebeuren ten tijde van de afloop van de subsidie die nu aangevraagd zal worden.

Een ander argument bij de tijdelijkheid van het gebruik van biomassa is ook dat dit wordt gezien als tussenstap in de transitie naar andere warmtebronnen. GroenLinks vindt dat Nuon dus op zijn minst moet kunnen aantonen dat het daadwerkelijk inspanningen en investeringen heeft gedaan in het verder onderzoeken en ontwikkelen van deze alternatieven.

C. Conclusies

Alles bij elkaar leiden de zojuist door mij uitgewerkte punten tot de volgende 2 conclusies:

a. Wat betreft GroenLinks leiden de onzekerheden over het type biomassa en de uitstoot van fijnstof en stikstofoxide vooralsnog tot de vraag of er hier wel gesproken kan worden van een ‘goede ruimtelijke ordening’.

b. GroenLinks vindt het noodzakelijk dat er in een convenant verdere afspraken worden gemaakt over 6 punten waarop in de informatie van de aanvraag niet of onvoldoende wordt ingegaan, te weten:

  1. de herkomst en duurzaamheid van de te gebruiken biomassa
  2. en de controleerbaarheid daarvan.
  3. De risico’s van de installatie, zoals stofwolken
  4. de mate waarin het gebruik van deze biomassa centrale leidt tot de vervanging van gas,
  5. de tijdelijkheid van de centrale,
  6. welke stappen door Nuon worden genomen voor het mogelijk maken van alternatieve duurzame energiebronnen

Nuon benoemt in gesprekken haar goede intenties op deze gebieden. Wij verwachten dan ook dat het voor Nuon geen probleem is zich aan diezelfde intenties te committeren in een convenant, zodat het niet blijft bij woorden alleen.

D. Beslissingen in de raadsvoordracht

Tot slot wil ik graag ingaan op de gevraagde beslissingen in de raadsvoordracht:

GroenLinks heeft de argumenten van het college over de raadsbevoegdheden en een goede ruimtelijk ordening bestudeerd. Naast dat wij twijfels hebben of er vastgesteld kan worden of er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening op basis van de huidige stukken, zijn er ook nog andere aanknopingspunten om hier nog eens goed naar te kijken, zoals ook af te leiden valt uit de second opinion van Six Advocaten. Dus hoewel het college in de raadsvoordracht aangeeft geen ruimte te zien om tot weigering van de vvgb te komen, lijkt het ons dat die ruimte er best zou kunnen zijn.

GroenLinks is vooralsnog bereid om in te stemmen met het vrijgeven van de concept vvgb. Dit geeft iedereen de mogelijkheid om zijn of haar zienswijzen ter zake in te dienen. Ook geeft dit ons tijd en extra informatie voor onze finale afwegingen en het geeft het college, Nuon en andere gesprekspartners tijd om de belangrijke punten die niet in de aanvraag zijn geregeld in een convenant te ondervangen.